Download hier een pdf met alle lessen!
Sorteren op

Bekijk les
Tijdens deze les gaan leerlingen aan de slag met een Persoonlijk Ontwikkelplan (POP). Ze leren hoe ze een leerdoel formuleren en een experiment opzetten om hun aanpak te verbeteren.
Opdracht:
Leerlingen gaan aan de slag met een Persoonlijk Ontwikkelplan (POP). Ze bedenken een persoonlijk experiment om hun schoolprestaties te verbeteren. Hiervoor gebruiken ze een werkblad met gerichte vragen. Eerst bespreken ze de vragen in duo’s om elkaar uit te dagen tot concrete antwoorden. Daarna vullen ze hun eigen antwoorden in op het werkblad en maken ze zo een eigen Persoonlijk Ontwikkelplan. Na het experiment gebruiken ze dit POP als basis voor reflectie en eventueel een nieuw experiment.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Tijdens het leren onderschatten veel leerlingen hoeveel herhaling nodig is. Hun brein geeft een vals gevoel van beheersing van de stof, vooral na het herlezen van informatie. Deze les laat zien hoe die zelfoverschatting werkt en wat je eraan kunt doen.
Opdracht:
Leerlingen krijgen twee lijsten met woordjes en de Nederlandse vertaling. Bij lijst 1 dekken ze de Nederlandse vertaling af en schrijven in 3 minuten zoveel mogelijk antwoorden op. Daarna schatten ze in welk cijfer ze hiervoor zouden halen bij een toets. Bij lijst 2 krijgen ze 3 minuten om de woordjes en bijbehorende vertaling over te lezen. Vervolgens geven ze opnieuw een cijferinschatting. Daarna vergelijkt de docent klassikaal de ingeschatte cijfers van beide lijsten.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Veel leerlingen beginnen pas vlak voor een toets met leren. Dat lijkt misschien niet handig, maar levert op korte termijn vaak wel het beste resultaat op. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat gespreid leren effectiever is voor het lange termijngeheugen. Dus wat is nou een goede verdeling? Dat leren de leerlingen in deze les.
Opdracht:
De leerlingen denken terug aan twee toetsen. Eén waarvoor ze vooral op het laatste moment hebben geleerd (zoals een avond van tevoren of in een tussenuur). En één toets waarvoor ze op tijd zijn begonnen met leren of hun huiswerk goed bijhielden. Van beide toetsen schrijven ze op wat ze nu nog weten. Daarna vergelijken ze de twee met elkaar en bespreken ze klassikaal wat hen opvalt.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Leerlingen vragen zich regelmatig af waarom ze woordjes, definities of jaartallen uit hun hoofd moeten leren. Ze zien vaak niet meteen hoe die losse feiten hen later helpen in hun studie, beroep of dagelijks leven. In deze les ontdekken ze dat feiten niet op zichzelf staan, maar nodig zijn om grotere concepten te begrijpen.
Opdracht:
De leerlingen vormen groepjes van vier. Elke groep krijgt vier blaadjes. Op elk blad zetten ze in overleg een schoolvak (bijv. Duits, scheikunde, geschiedenis, biologie). In de eerste ronde schrijft elke leerling vijf feitjes op over het vak dat op zijn of haar blaadje staat. Daarna geven ze hun blad door en schrijft de volgende leerling vijf feitjes van het vak erbij. Dit herhalen ze totdat elke leerling elk blad heeft gehad en er bij elk vak twintig feitjes staan. Zo ontstaat een wolk van kennis rondom vier vakken, die als uitgangspunt dient voor een klassengesprek over waarom feitjes belangrijk zijn.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Ons brein reageert sterk op beloningen door dopamine, een stofje dat motivatie stimuleert. Gedragswetenschapper Katy Milkman ontdekte dat temptation bundling, het combineren van een lastige of saaie taak met iets leuks, helpt om doelen vol te houden. Dit kan door jezelf achteraf te belonen of door de beloning al tijdens de taak toe te passen, zoals alleen muziek luisteren terwijl je je huiswerk maakt.
Opdracht:
Leerlingen bedenken minstens vijf manieren om verleidingen om te zetten in beloningen tijdens het maken van hun huiswerk. Ze schrijven hun ideeën op en bespreken deze met een klasgenoot.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Een goede huiswerkplek helpt leerlingen om zich beter te concentreren en efficiënter te werken. Factoren zoals rust, orde en verlichting spelen hierbij een rol. Maar wat voor de één werkt, is niet per se ideaal voor de ander. Sommige leerlingen werken goed in stilte, terwijl anderen juist profiteren van een omgeving met wat achtergrondgeluid. In deze les onderzoeken leerlingen welke kenmerken een goede huiswerkplek heeft en reflecteren ze op hun eigen werkplek.
Opdracht:
Leerlingen interviewen elkaar over hun favoriete huiswerkplek en ontdekken wat voor anderen bijdraagt aan een goede concentratie. Ze bedenken eerst minstens vijf vragen, interviewen drie klasgenoten en noteren de antwoorden. Daarna vergelijken ze de verschillende werkplekken met hun eigen voorkeur. Tot slot schrijven ze op welke ideeën ze willen uitproberen en bespreken hun inzichten met een klasgenoot.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
De leerlingen verkennen verschillende beroepen om inspiratie op te doen voor hun toekomstige werkplek. Uiteindelijk zoeken ze contact met professionals, zodat ze een beter idee krijgen wat beroepen in de praktijk inhouden.
Opdracht:
Leerlingen kiezen een beroep dat hen aanspreekt en bedenken hoe ze contact kunnen opnemen met iemand die dat beroep uitoefent. Ze bereiden zich voor op een gesprek door vragen te bedenken over het werk dat die persoon doet, om te kijken of dat beroep iets voor hen is.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Deze les is de tweede (en tevens laatste) les van de lessenreeks ‘Kernwaarden’. Les #1 vind je hier.
Vrijheid, eerlijkheid, familie, respect, wat betekent dat voor jou? Elke waarde heeft voor iedereen een andere betekenis. Daarom is het goed om te bedenken wat een waarde voor jou betekent. In deze les duiken de leerlingen dieper in de betekenis van de door hen gekozen waarden.
Opdracht:
Individueel leggen de leerlingen uit wat de 5 gekozen waarden precies voor hen betekenen. Tot slot kiezen de leerlingen 3 kernwaarden die zij het belangrijkst vinden en bedenken welke keuzes ze kunnen maken om komend jaar deze waarden na te leven.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Deze les is de eerste les van de lessenreeks over ‘Kernwaarden’. Les #2 vind je hier.
Veel keuzes maken we bewust of onbewust op basis van onze waarden. Door je bewust te zijn van deze waarden maak je bewustere keuzes en haal je hieruit meer voldoening. De leerlingen staan stil bij wat zij belangrijk vinden, wat hen trots maakt en wat hen motiveert.
Opdracht:
De leerlingen maken een lijst van vijf waarden die zij belangrijk vinden. Deze lijst nemen ze mee naar het tweede deel van deze lessenreeks.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Dit is de tiende en laatste les van de planreeks. Dit is de volledige reeks: Huiswerk noteren – Plannen in je agenda – Huiswerktijd inplannen – Leerwerk in stukken delen – Vakken afwisselen – Pomodoro methode – Prioriteren – Toetsstof noteren – Kracht van herhaling – Uitstelgedrag
Uitstelgedrag is iets van alle leeftijden. Iedereen maakt zich er schuldig aan. Aan de hand van de theorie van Tim Urban maken de leerlingen kennis met drie personages in hun hersenen: De beslisser, die altijd datgene wil doen wat op dat moment logisch is. De aap, die altijd zoekt naar snelle voldoening en iets leuks en makkelijks wil doen (zoals even op social media scrollen). De aap neemt vaak de leiding en zorgt ervoor dat je die leuke en makkelijke dingen eerst doet. Totdat er bijvoorbeeld een deadline aankomt en het derde personage wakker wordt: het paniekmonster. Deze verjaagt de aap om de beslisser weer aan het roer te krijgen, zodat je toch altijd nét voor de deadline je opdracht afkrijgt. Leerlingen worden bewust van dit proces en krijgen tips om uitstelgedrag tegen te gaan.
Opdracht:
Aan de hand van een aantal vragen gaat de klas in discussie over uitstelgedrag.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Niet iedereen heeft voor alles dezelfde intrinsieke motivatie. Leerlingen die leren vanuit hun eigen motivatie, leren over het algemeen sneller en diepgaander. In deze les wordt er aandacht besteed aan het verschil tussen motivatie (intrinsiek) en moetivatie (extrinsiek) en wordt er gekeken hoe je moetivatie kan omzetten in motivatie.
Opdracht:
In tweetallen doen leerlingen een wedstrijd: wie kan de meeste redenen bedenken waarom hun minst favoriete vak wél belangrijk is om te volgen?
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:
Copyright © 2024 WellBased B.V. - Alle rechten voorbehouden | Algemene voorwaarden en privacyverklaring