Download hier een pdf met alle lessen!
Sorteren op

Bekijk les
Veel leerlingen leren op één manier: van voor naar achteren, vaak door rijtjes te stampen. Maar kennis blijft beter hangen als ze variëren in volgorde, context en aanpak. Door te leren in wisselende volgordes, op verschillende plekken en met afwisselende leerstrategieën ontstaan meerdere ‘ophaalpaden’ in het geheugen. Die maken het makkelijker om informatie terug te halen tijdens een toets.
Opdracht:
Leerlingen werken in tweetallen en overhoren elkaar om de beurt. Ze beginnen met een open vraag, luisteren actief en stellen minimaal één vervolg- of verdiepingsvraag. Het gesprek vormt zo nieuwe ophaalpaden waarmee zij de informatie tijdens de toets kunnen terughalen.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Om goed te leren voor een toets moeten leerlingen weten of ze iets moeten kennen of kunnen. Voor kennistoetsen werken strategieën als flashcards en jezelf overhoren. Voor vaardigheidstoetsen is oefenen met opdrachten en je werk nakijken essentieel. Door per vak de juiste aanpak te kiezen, kunnen leerlingen gemakkelijker leren voor hun toetsen.
Opdracht:
Leerlingen vullen individueel een tabel in waarin ze per schoolvak opschrijven wat de beste manier is om te leren voor dat vak. Ze gebruiken hierbij de tips uit de les en hun eigen ervaringen. Daarna vergelijken ze hun aanpak met die van een klasgenoot en bespreken de verschillen en overeenkomsten.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Veel leerlingen beginnen pas vlak voor een toets met leren. Dat lijkt misschien niet handig, maar levert op korte termijn vaak wel het beste resultaat op. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat gespreid leren effectiever is voor het lange termijngeheugen. Dus wat is nou een goede verdeling? Dat leren de leerlingen in deze les.
Opdracht:
De leerlingen denken terug aan twee toetsen. Eén waarvoor ze vooral op het laatste moment hebben geleerd (zoals een avond van tevoren of in een tussenuur). En één toets waarvoor ze op tijd zijn begonnen met leren of hun huiswerk goed bijhielden. Van beide toetsen schrijven ze op wat ze nu nog weten. Daarna vergelijken ze de twee met elkaar en bespreken ze klassikaal wat hen opvalt.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Tijdens het leren onderschatten veel leerlingen hoeveel herhaling nodig is. Hun brein geeft een vals gevoel van beheersing van de stof, vooral na het herlezen van informatie. Deze les laat zien hoe die zelfoverschatting werkt en wat je eraan kunt doen.
Opdracht:
Leerlingen krijgen twee lijsten met woordjes en de Nederlandse vertaling. Bij lijst 1 dekken ze de Nederlandse vertaling af en schrijven in 3 minuten zoveel mogelijk antwoorden op. Daarna schatten ze in welk cijfer ze hiervoor zouden halen bij een toets. Bij lijst 2 krijgen ze 3 minuten om de woordjes en bijbehorende vertaling over te lezen. Vervolgens geven ze opnieuw een cijferinschatting. Daarna vergelijkt de docent klassikaal de ingeschatte cijfers van beide lijsten.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Deze les is ontwikkeld in samenwerking met MemoryLab, het bedrijf achter SlimStampen.
Veel leerlingen gebruiken overhoorprogramma’s om woorden, begrippen en rijtjes te leren. Zodra ze een antwoord goed hebben, komt de vraag vaak niet meer terug. Maar deze aanpak houdt geen rekening met hoe sterk de informatie werkelijk is opgeslagen. Onderzoekers aan de Rijksuniversiteit Groningen ontwikkelden een programma dat dit wel doet: SlimStampen. In deze les ontdekken leerlingen hoe deze methode werkt en krijgen zij de kans om het programma zelf uit te proberen.
Opdracht:
Leerlingen maken individueel een les aan in SlimStampen met ongeveer twintig feitjes die aansluiten bij een toets die ze binnenkort hebben. Ze kiezen zelf een vak, voeren de feitjes in en oefenen totdat ze voor elk feit een kroontje behalen.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Veel leerlingen zijn druk met hun huiswerk, maar nemen niet voldoende tijd om écht te leren. Alleen opdrachten maken is niet altijd genoeg om stof langdurig te onthouden. Door elke dag 30 minuten bewust te leren, gebruiken leerlingen de methode van gespreid leren. Dit bevordert de opslag in het langetermijngeheugen en vermindert stress.
Opdracht:
De leerlingen maken een planning voor de komende 7 dagen. Ze kiezen een vast moment op de dag om écht te leren. Deze leertijd verdelen ze bij voorkeur in twee blokken van 15 minuten of 3 van 10 minuten. Voor elke dag bepalen ze per blok een concrete leertaak, zoals woordjes oefenen of toetsstof herhalen. Na een week reflecteren ze op hun ervaringen: wat werkte goed, wat kan beter en wat hebben ze gemerkt in hun leerproces?
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
In deze les fantaseren leerlingen over hun toekomst. Ze verkennen wat zij belangrijk vinden en wat hen motiveert, los van verwachtingen van buitenaf. Door zich voor te stellen dat hun dromen zijn uitgekomen, ontdekken ze eigenschappen, interesses en drijfveren die richting kunnen geven aan keuzes voor school, studie of werk.
Opdracht:
De leerlingen stellen zich voor dat ze tien jaar ouder zijn en alles is gelukt waar ze van droomden. Ze werken dit toekomstbeeld uit aan de hand van een werkblad met vragen over een feest dat ze geven om hun succes te vieren. Ze beschrijven onder andere waar ze zijn, wie er bij het feest zijn, wat ze hebben bereikt en waar ze trots op zijn. Daarna reflecteren ze op hun droom: welk onderdeel vinden ze het mooist of belangrijkst, en wat zegt dat over hun interesses, eigenschappen of drijfveren?
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Leerlingen vragen zich regelmatig af waarom ze woordjes, definities of jaartallen uit hun hoofd moeten leren. Ze zien vaak niet meteen hoe die losse feiten hen later helpen in hun studie, beroep of dagelijks leven. In deze les ontdekken ze dat feiten niet op zichzelf staan, maar nodig zijn om grotere concepten te begrijpen.
Opdracht:
De leerlingen vormen groepjes van vier. Elke groep krijgt vier blaadjes. Op elk blad zetten ze in overleg een schoolvak (bijv. Duits, scheikunde, geschiedenis, biologie). In de eerste ronde schrijft elke leerling vijf feitjes op over het vak dat op zijn of haar blaadje staat. Daarna geven ze hun blad door en schrijft de volgende leerling vijf feitjes van het vak erbij. Dit herhalen ze totdat elke leerling elk blad heeft gehad en er bij elk vak twintig feitjes staan. Zo ontstaat een wolk van kennis rondom vier vakken, die als uitgangspunt dient voor een klassengesprek over waarom feitjes belangrijk zijn.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
In een fijne klas voelt iedereen zich welkom en gerespecteerd. Maar wat maakt iemand eigenlijk een fijne klasgenoot? En welk gedrag zorgt ervoor dat iedereen zich welkom voelt in de klas? In deze les onderzoeken de leerlingen wat voor hun klas het antwoord is op deze twee vragen.
Opdracht:
In groepjes van vier bespreken de leerlingen wat ze belangrijk vinden in de omgang met hun klasgenoten. Ze maken een lijst van welk gedrag wel en niet past in de klas, en welke eigenschappen een fijne klasgenoot heeft. De uitkomsten worden klassikaal besproken, waarna de klas gezamenlijk 10 afspraken maken over hoe ze met elkaar omgaan.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Iedereen heeft een netwerk van mensen om zich heen die kunnen helpen met praktische vragen of bij het nemen van beslissingen. In deze les ontdekken leerlingen wie er allemaal bij hun netwerk horen en hoe zij dat netwerk kunnen inzetten. Door hun netwerk te visualiseren, worden ze zich bewuster van de hulpbronnen om zich heen.
Opdracht:
De leerlingen maken een tekening van hun persoonlijke netwerk. Ze plaatsen zichzelf in het midden van het papier en tekenen daar omheen verschillende groepen mensen die ze kennen. Per groep schrijven ze namen op, verbinden personen die elkaar kennen en zetten een uitroepteken bij mensen met wie ze weleens praten over werk, opleiding of stage. Daarna vergelijken ze hun netwerk met dat van een klasgenoot.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:

Bekijk les
Herlezen lijkt een goede manier om te leren, maar geeft vaak een vals gevoel van beheersing. Dit komt doordat je hersenen de woorden herkennen zonder de inhoud echt actief op te slaan. In deze les ontdekken de leerlingen dat actief leren nodig is om leerstof op te slaan in het langetermijngeheugen.
Opdracht:
De leerlingen lezen een tekst aandachtig door en leggen deze vervolgens weg. Daarna schrijven ze zoveel mogelijk op wat ze zich herinneren. Vervolgens pakken ze de tekst er opnieuw bij om te zien wat ze daadwerkelijk hebben onthouden en welke onderdelen ze vergeten zijn. Deze techniek heet ‘braindumpen’ en zorgt ervoor dat je meer informatie opslaat in je langetermijngeheugen.
Leerdoelen:
Na deze les kunnen jouw leerlingen:
Copyright © 2024 WellBased B.V. - Alle rechten voorbehouden | Algemene voorwaarden en privacyverklaring